|
I. De koning van Haha
Haha was een gelukkig land, met maar een gebrek: het had geen koning. De mensen in Haha dachten in ieder geval dat ze geen koning hadden. Ze vonden een koning ook niet nodig. Maar op een dag kwam er een heraut aan in Haha, die meedeelde dat hij een heraut was van de koning. De mensen in Haha waren verheugd: Hoera, we hebben een koning! En misschien ook wel een koningin, en wanneer was het koninginnedag?
"Daar gaat het niet om, zei de Heraut streng. Jullie zijn namelijk de onderdanen van de koning."
Daar moesten de mensen van Haha even over nadenken.
"Heet de koning Daan? vroeg een van de oudste Haha"ers"
"Nee, zei de heraut, hoezo dat?"
"O dat dacht ik, omdat je zei: onder"Daan. wij zijn onder Daan."
"Onderdaan betekent dat je de koning belasting verschuldigd bent."
"Wij hebben geen belasting."
"Dat kan niet, zei de heraut bars, iedereen heeft belasting."
De Haha"ers keken elkaar verwonderd aan.
"Heb jij belasting? vroegen ze elkaar."
"Nee, ik niet."
Een wijsneus dacht dat hij het wel eens gezien had, maar hij wist niet precies meer waar. Daarop werd de heraut meegedeeld dat ze in Haha allemaal zouden gaan zoeken naar de belasting en zodra ze hem weer gevonden hadden zouden ze hem naar de koning sturen.
De Haha"ers togen weer aan het werk en niemand schonk nog aandacht aan de Heraut van de Koning, die er maar een beetje zielig bij stond. Tot een van de Haha"ers hem zag en zich iets herinnerde
"Maar nou heb je nog steeds niet verteld wanneer het koninginnedag is, en hoe de vrouw van koning Daan heet," zei een Haha"er.
De heraut zei niets en liep weg in gedachten verzonken.
Haha had een koning, en dat vonden de bewoners wel best. Ze kenden zijn naam: Daan, en ze wisten wel niet precies hoe de koningin heette (ze dachten Diana) en wanneer ze jarig was, maar dat belette hen niet eens in de zoveel tijd een grote feesten te blijven vieren, die ze koninginnedag noemde en waarop ze met vlaggetjes zwaaiden en ze zich verkleedden.
|