Home
Blog Archief
Bor in Afrika
Klare Taal
-Fragment
-Recensies
Ezelhaar
Links
Over deze site
Over mij
|
|
Fragment
Peter en Erik zaten al aan een tafeltje toen Jacob Café de Pits binnenstapte. Ze zaten in de hoek, op de plek waar ze altijd gingen zitten sinds ze de Pits tot hun stamkroeg gebombardeerd hadden, meer uit balorigheid dan om iets anders, want behalve het feit dat de Pits zich op ongeveer gelijke afstand bevond van hun huizen, was er weinig reden om hier te komen. Geen aantrekkelijke dames bij de bediening, geen goede muziek – het bier was niet eens goedkoper dan elders.
“Waar hing jij vorige week nou uit man? Ik heb je vier keer gebeld,” riep Erik Jacob bij wijze van begroeting toe.
“Dat zouden jullie wel wil weten,” zei Jacob.
“Aha,” zei Peter, “een vrouw!”
“Wat zit je nou te lachen!” zei Erik. “Vertel, hoe heet ze?”
“Asma.”
“Astma?”
“Asmaa’u,” zei Jacob met overdreven nadruk.
“Weer een buitenlandse,” zei Peter. “Ik dacht dat jij dat niet meer wilde na dat gezeik met Padma.”
“Was wel een lekker ding,” zei Erik.
“Dit ook,” zei Jacob zacht. Asma is mooier.”
“En waar komt deze vandaan?”
“Marokko.”
“Ben jij gek? Marokko!” zei Erik. “Nou dan geef ik je een maand, hooguit. Als je dat al volhoudt en met een beetje geluk heb je daarna haar familie achter je aan.”
“Ik weet het niet. Ze is anders. Ze is anders dan je zou denken.”
“Vast. Als het geen gesluierde kameel is dan is ze in ieder geval anders dan Erik denkt,” zei Peter.
“Hebben jullie het gedaan?”
“Ik zeg niets. Niet in het bijzijn van een aspirant politicus en een journalist.”
“Ja, dus.”
Jacob stond op met een brede glimlach. “Zal ik even naar de plee gaan terwijl jullie verder speculeren?”
“Lekker,” zei Erik.’
|